Hendrik Hutter

Vertaler

 

Welkom

Ervaring

CV

Tarieven

Contact

Teksten

Meer foto's

Links

 

18081 dagen Brel

 

“Bij elk liedje dat ik schrijf is er een moment dat ik aan Jacques Brel denk,” heeft Thé Lau, een van Nederlands beste hedendaagse popdichters, eens gezegd. Door collega-chansonniers werd Brel al bij leven uitgeroepen als de grootste zanger-liedjesschrijver in hun midden. Steeds weer roemt men zijn authenticiteit, zijn gedrevenheid, de directe en eerlijke manier waarop hij zijn gevoelens en gedachten in zijn muziek uitdrukt. De charismatische zanger wilde niet behagen, maar had in elk liedje wat te zeggen.

 

Brels eerlijkheid spreekt uit zijn aankondiging in 1967, op het hoogtepunt van zijn roem, dat hij niet meer zou optreden omdat hij bang was te gaan veinzen. Hij wist onderhand hoe hij het publiek moest bespelen en had het gevoel dat hij het succes niet meer hoefde te veroveren. “Er is geen gevaar meer als ik optreed, er staat niets meer op het spel,” was zijn verklaring voor het afscheid van de bühne.

 

In die tijd was Brels besluit groot nieuws. De bekende Franse journalist Olivier Todd wilde een artikel schrijven over de redenen achter Brels beslissing . Zijn eerste ontmoeting met de chansonnier verliep zeer moeizaam. Brel ontweek Todds vragen en hing de paljas uit. Op een gegeven moment begon dit Todd zo de keel uit te hangen dat hij hem toebeet: “Zo kunnen we niet verdergaan, dit leidt tot niets. U houdt mij voor de gek en waarschijnlijk ook uzelf.” Brel had genoeg zelfkennis om in te zien dat die kritiek terecht was en ging akkoord met Todds voorstel om met een schone lei met het interview verder te gaan. Vanaf dat moment deed hij zijn best naar eer en geweten op Todds vragen te antwoorden. Al bleef de journalist de indruk houden dat Brel hem op bepaalde momenten nog steeds – bewust of onbewust – om de tuin probeerde te leiden, vooral waar het ging om het onderwijs dat hij had genoten en welke diploma’s hij had gehaald. Hang naar status en imagebuilding leek het soms, ongewild?, te winnen van eerlijkheid.

 

Todd publiceerde zes jaar na Brels dood, in 1984, de vuistdikke biografie "Jacques Brel, une vie", waarin hij deze ontmoeting opvoert als illustratief voor het karakter van Brel. Zijn eindoordeel: Brel was niet altijd eerlijk, maar probeerde het wel te zijn.

 

Dit lijkt minder op te gaan voor zijn omgang met vrouwen. Bekend is dat Brel een misogyne rokkenjager was. Een hele stoet minnaressen passeerde de revue van zijn leven. Maar als “mannen-man” was hij meestal na een korte, vurige verliefdheid al weer snel op hen uitgekeken. Zonder veel schuldgevoelens liet hij ze dan vallen.

 

De enige vrouw die hij nooit zou verlaten was Miche, met wie hij jong getrouwd was. Zij liet zich nooit van hem scheiden, ondanks Jacques’ veelvuldige vreemdgaan. Miche, eenvoudig en betrouwbaar, was de constante factor in Brels roerige leven. Met haar zou hij drie kinderen krijgen, alle drie dochters – men zou haast denken dat Onze Lieve Heer de vrouwenhater daarmee een lesje had willen leren.

 

In het gezin speelde Brel een heel andere rol dan het publiek te zien kreeg. Hier toonde hij zich geen begripvol en gepassioneerd man, maar een autoritaire en afstandelijke vader. Dochter France beschreef het in een interview als volgt: “Het was moeilijk voor hem om vader te zijn, omdat hij liever een adolescent wilde blijven. Het is moeilijk om tegelijkertijd adolescent en vader te zijn. Thuis kopieerde hij de manier van opvoeden van zijn eigen vader, die heel autoritair was. Als Jacques Brel zong, met al zijn gevoeligheid en al zijn generositeit, was hij totaal anders dan de man die hij thuis was.”

 

Brel was een gemankeerde ouder, maar daar stond tegenover dat hij – weliswaar op zelfgekozen momenten – eerlijker tegen zijn kinderen kon zijn dan gewone ouders ooit zouden hebben gekund. Hij stelde zich dan eerder op als een wat oudere vriend dan als een vader die slechts vader kan zijn.

 

In het algemeen konden mensen op een ambigue houding van Brel rekenen.

 

Zijn liedjes zijn vaak een poging om menselijk tekortschieten te begrijpen. Messcherp wist Brel de tragische mislukkingen van de gewone burgerman of -vrouw te beschrijven. Steeds weer komen in zijn chansons de types voor die door gebrek aan moed te weinig van het leven hebben gemaakt en langzaam afstompen en doodgaan, treurend over gemiste kansen. Liefdes zijn in zijn liedjes nooit eenvoudig en eindigen steevast in verraad of onverschilligheid.

 

Brel heeft eens gezegd: “Het lijkt me onzinnig om je niet bedeesd op te stellen ten opzichte van al wat leeft. Je moet op je tenen lopen. We storen bij de minste beweging. Dat is alleen te vergeven door een oneindige schroom.”.

 

Brels tedere en begripvolle kant die hieruit spreekt stond echter op gespannen voet met zijn dadendrang en hardheid. Hij had wel degelijk een grote hekel aan "les cons", de klootzakken, de burgers, de mensen die zich verschuilen achter status of voorzichtigheid. Het leven moest volgens hem geleefd worden, maximaal. “De wereld dommelt in door gebrek aan onvoorzichtigheid,” stelde hij in "JoJo". Voor timide of onechte mensen had hij weinig geduld en dat placht hij ook zonder veel schroom duidelijk te maken.

 

Aan het eind van zijn leven trok Brel zich evenwel zelf terug uit de wereld en ging hij op Hiva-Oa wonen, een afgelegen eiland in Frans-Polynesië. Daar verveelde hij zich weer na korte tijd. Opnieuw kon hij niet goed kiezen tussen de verschillende mogelijkheden die het leven biedt, in dit geval drukte en rust.

 

Misschien had hij daar ook wel te veel fantasie voor. Als alle grote acteurs had Brel het talent om alle grote emoties te voelen en uit te drukken. Men hoeft maar naar de beelden te kijken van Brel die "Ne me quitte pas" zingt om zich ervan te vergewissen dat hij tot die selecte groep behoorde. Zonder te schmieren gaat zijn gezicht binnen enkele minuten van smekend naar hoopvol, van wanhopig naar verliefd, van verdrietig naar gelaten en weer terug. En als alle grote acteurs vroeg hij zich af wie en wat er eigenlijk schuilging achter de rollen die hij speelde, wie Jacques Brel nu werkelijk was.

 

***

 

“Zeg me hoe je sterft en ik zal zeggen wie je bent.” Dit volksgeloof dat de manier waarop iemand doodgaat de essentie van diens leven weerspiegelt, kan ons misschien helpen gevoel te krijgen voor het wezen van Brel, gesteld dat er zoiets was.

 

Brel was altijd een vitale man geweest, een man die eeuwig jong wilde blijven en er uit liefde voor het leven een hekel aan had om te gaan slapen, de reden dat hij vaak doorhaalde tot het ochtendgloren.

 

Hij kreeg echter, nadat hij jarenlang gemiddeld drie pakjes sigaretten per dag had gerookt, op vijfenveertigjarige leeftijd longkanker. Nadat één long operatief verwijderd was, verwaarloosde hij de medische nacontrole en weigerde hij zijn medicijnen te slikken, “omdat ze slecht smaakten.” De kanker bleek na drie jaar te zijn teruggekeerd en door de te late diagnose was hij dit keer niet meer te redden. Brel stierf na enkele maanden.

 

De keuze van seizoen, dag en tijdstip van zijn eigen dood, op 9 oktober 1978 in een ziekenhuis vlakbij Parijs, was onberispelijk. Natuurlijk nam hij in het najaar afscheid van het leven, want, zoals het geschreven staat in "Le moribond": “het is hard om in het voorjaar te sterven.” De dood trad in om drie uur ’s nachts, bij leven zijn meest geliefde moment van de dag, maar bovendien het tijdstip waarop hij negenenveertig jaar, zes maanden en één dag eerder was geboren. In totaal had hij daarmee precies 18081 dagen geleefd.

 

Vitale Jacques had een soort zelfmoord op termijn gepleegd. Ook zijn dood had hij in eigen hand gehouden, waarschijnlijk vanwege zijn angst voor het ouder worden en het langzame inslapen. In "Les vieux" zong hij al: “Ook al wonen we in Parijs, allen eindigen we in een dorp als we te lang leven. [...] De ouden van dagen dromen niet meer [...], hun wereld is te klein. [...] Ze sterven niet, op een dag gaan ze slapen en slapen ze te lang.”

 

Jacques Brel wilde alles, maar toen hij dat niet meer kon krijgen, was hij met niets tevreden.

 

 

© Hendrik Hutter, 2003

 

 

Le temps qui passe

 

Bienvenido

Welcome

 

© Hendrik Hutter