“Bij elk
liedje dat ik schrijf is er een moment dat
ik aan Jacques Brel denk,” heeft Thé Lau, een
van Nederlands beste hedendaagse popdichters, eens gezegd. Door collega-chansonniers werd
Brel al bij leven uitgeroepen als de grootste zanger-liedjesschrijver
in hun midden. Steeds weer roemt men zijn authenticiteit, zijn gedrevenheid, de directe en eerlijke
manier waarop hij zijn gevoelens en gedachten in zijn muziek uitdrukt. De charismatische zanger
wilde niet behagen, maar had in elk liedje wat te
zeggen.
Brels eerlijkheid spreekt uit zijn
aankondiging in 1967, op het hoogtepunt van zijn roem, dat hij niet
meer zou optreden omdat hij bang was te gaan veinzen. Hij wist
onderhand hoe hij het publiek moest bespelen en had het gevoel dat
hij het succes niet meer hoefde te veroveren. “Er is geen gevaar
meer als ik optreed, er staat niets meer op het spel,” was zijn
verklaring voor het afscheid van de bühne.
In die tijd was Brels besluit groot nieuws. De bekende Franse
journalist Olivier Todd wilde een artikel schrijven over de redenen
achter Brels beslissing . Zijn eerste ontmoeting met de chansonnier
verliep zeer moeizaam. Brel ontweek Todds vragen en hing de paljas
uit. Op een gegeven moment begon dit Todd zo de keel uit te hangen
dat hij hem toebeet: “Zo kunnen we niet verdergaan, dit leidt tot
niets. U houdt mij voor de gek en waarschijnlijk ook uzelf.” Brel
had genoeg zelfkennis om in te zien dat die kritiek terecht was en
ging akkoord met Todds voorstel om met een schone lei met het
interview verder te gaan. Vanaf dat moment deed hij zijn best naar
eer en geweten op Todds vragen te antwoorden. Al bleef de journalist
de indruk houden dat Brel hem op bepaalde momenten nog steeds –
bewust of onbewust – om de tuin probeerde te leiden, vooral waar het
ging om het onderwijs dat hij had genoten en welke diploma’s hij had
gehaald. Hang naar status en imagebuilding leek het soms, ongewild?,
te winnen van eerlijkheid.
Todd
publiceerde zes jaar na Brels dood, in 1984, de vuistdikke biografie
"Jacques Brel, une vie", waarin hij deze ontmoeting opvoert als
illustratief voor het karakter van Brel. Zijn eindoordeel: Brel was
niet altijd eerlijk, maar probeerde het wel te zijn.
Dit lijkt
minder op te gaan voor zijn omgang met vrouwen. Bekend is
dat Brel een misogyne rokkenjager was. Een hele stoet minnaressen passeerde
de revue van zijn leven. Maar als “mannen-man” was hij
meestal na een korte, vurige verliefdheid al weer snel op hen
uitgekeken. Zonder veel schuldgevoelens liet hij ze dan
vallen.
De enige vrouw
die hij nooit zou verlaten was Miche, met wie hij jong getrouwd was.
Zij liet zich nooit van hem scheiden, ondanks Jacques’ veelvuldige
vreemdgaan. Miche, eenvoudig en betrouwbaar, was de constante factor
in Brels roerige leven. Met haar zou hij drie kinderen krijgen, alle
drie dochters – men zou haast denken dat Onze Lieve Heer de
vrouwenhater daarmee een lesje had willen leren.
In het gezin
speelde Brel een heel andere rol dan het publiek te zien kreeg. Hier
toonde hij zich geen begripvol en gepassioneerd man, maar een
autoritaire en afstandelijke vader. Dochter France beschreef het in
een interview als volgt: “Het was moeilijk voor hem om vader te
zijn, omdat hij liever een adolescent wilde blijven. Het is moeilijk
om tegelijkertijd adolescent en vader te zijn. Thuis kopieerde hij
de manier van opvoeden van zijn eigen vader, die heel autoritair was. Als
Jacques Brel zong, met al zijn gevoeligheid en al zijn generositeit,
was hij totaal anders dan de man die hij thuis was.”
Brel was een
gemankeerde ouder, maar daar stond tegenover dat hij – weliswaar op
zelfgekozen momenten – eerlijker tegen zijn kinderen kon zijn dan
gewone ouders ooit zouden hebben gekund. Hij stelde zich dan eerder
op als een wat oudere vriend dan als een vader die slechts vader kan
zijn.
In het algemeen konden mensen op een ambigue houding van Brel
rekenen.
Zijn liedjes
zijn vaak een poging om menselijk tekortschieten te begrijpen.
Messcherp wist Brel de tragische mislukkingen van de gewone
burgerman of -vrouw te beschrijven. Steeds weer komen in zijn
chansons de types voor die door gebrek aan moed te weinig van het
leven hebben gemaakt en langzaam afstompen en doodgaan, treurend
over gemiste kansen. Liefdes zijn in zijn liedjes nooit eenvoudig en
eindigen steevast in verraad of onverschilligheid.
Brel heeft eens gezegd: “Het lijkt me onzinnig om je niet
bedeesd op te stellen ten opzichte van al wat leeft. Je moet op je
tenen lopen. We storen bij de minste beweging. Dat is alleen te
vergeven door een oneindige schroom.”.
Brels tedere en
begripvolle kant die hieruit spreekt stond echter op gespannen voet
met zijn dadendrang en hardheid. Hij had wel degelijk een grote
hekel aan "les cons", de klootzakken, de burgers, de mensen die zich
verschuilen achter status of voorzichtigheid. Het leven moest volgens
hem geleefd worden, maximaal. “De wereld dommelt in door gebrek aan
onvoorzichtigheid,” stelde hij in "JoJo". Voor timide of onechte
mensen had hij weinig geduld en dat placht hij ook zonder veel
schroom duidelijk te maken.
Aan
het eind van zijn leven trok Brel zich evenwel zelf terug uit de
wereld en ging hij op Hiva-Oa wonen, een afgelegen eiland
in Frans-Polynesië. Daar verveelde hij zich weer na korte tijd. Opnieuw kon hij
niet goed kiezen tussen de verschillende mogelijkheden die het leven
biedt, in dit geval drukte en rust.
Misschien had
hij daar ook wel te veel fantasie voor. Als alle grote acteurs had
Brel het talent om alle grote emoties te voelen en uit te drukken.
Men hoeft maar naar de beelden te kijken van Brel die "Ne me
quitte pas" zingt om zich ervan te vergewissen dat hij tot die
selecte groep behoorde. Zonder te schmieren gaat zijn gezicht binnen
enkele minuten van smekend naar hoopvol, van wanhopig naar verliefd,
van verdrietig naar gelaten en weer terug. En als alle grote acteurs
vroeg hij zich af wie en wat er eigenlijk schuilging achter de
rollen die hij speelde, wie Jacques Brel nu werkelijk
was.
***
“Zeg me hoe je sterft en ik zal zeggen wie je bent.” Dit volksgeloof dat
de manier waarop iemand doodgaat de essentie van diens leven
weerspiegelt, kan ons misschien helpen gevoel te krijgen voor het
wezen van Brel, gesteld dat er zoiets was.
Brel was
altijd een vitale man geweest, een man die eeuwig jong wilde blijven en
er uit liefde voor het leven een hekel aan had om te gaan slapen, de
reden dat hij vaak doorhaalde tot het ochtendgloren.
Hij kreeg echter, nadat hij jarenlang gemiddeld drie pakjes sigaretten
per dag had gerookt, op vijfenveertigjarige leeftijd longkanker. Nadat één long operatief
verwijderd was, verwaarloosde hij de medische nacontrole en weigerde
hij zijn medicijnen te slikken, “omdat ze slecht smaakten.” De
kanker bleek na drie jaar te zijn teruggekeerd en door de te late
diagnose was hij dit keer niet meer te redden. Brel stierf na enkele
maanden.
De
keuze van seizoen, dag en tijdstip van zijn eigen dood, op 9 oktober
1978 in een ziekenhuis vlakbij Parijs, was onberispelijk. Natuurlijk
nam hij in het najaar afscheid van het leven, want, zoals
het geschreven staat in "Le moribond": “het is hard om in
het voorjaar te sterven.” De dood trad in om drie uur ’s nachts,
bij leven zijn meest geliefde moment van de dag, maar bovendien
het tijdstip waarop hij negenenveertig jaar, zes maanden en één
dag eerder was geboren. In totaal had hij daarmee precies 18081 dagen
geleefd.
Vitale Jacques
had een soort zelfmoord op termijn gepleegd. Ook zijn dood had hij
in eigen hand gehouden, waarschijnlijk vanwege zijn angst voor het
ouder worden en het langzame inslapen. In "Les vieux" zong hij al: “Ook al wonen we in Parijs, allen eindigen we
in een dorp als we te lang leven. [...] De ouden van dagen dromen
niet meer [...], hun wereld is te klein. [...] Ze sterven niet, op
een dag gaan ze slapen en slapen ze te
lang.”
Jacques Brel wilde alles, maar toen hij dat niet meer kon
krijgen, was hij met niets tevreden.
©
Hendrik Hutter, 2003